Surinaamse uitvaart Creoolse rouwrituelen

Er zijn islamitische, boeddhistische, protestant-christelijke, rooms-katholieke, joodse en creoolse Surinamers. Iedere groep heeft andere rouwrituelen. De meeste Surinamers zijn christelijk en lid van de Evangelische Broedergemeente. Creoolse begrafenissen zijn in Suriname beroemd en uitbundig, waarbij de overledene van tevoren wordt bewassen. Wanneer er iemand overlijdt, verzorgen de naaste familieleden – nichten, neven, ooms en tantes – de begrafenis. Zij zorgen ervoor dat iedereen die de persoon heeft gekend, aanwezig is.

Dansend naar het graf

In de creoolse cultuur zingt men voorafgaand aan de begrafenis rouwliederen tijdens een kerkdienst. Bij de begrafenis is iedereen in het wit gekleed en de naaste familie heeft een hoofddoek, een “anjisa”, op.

Bij de begrafenis gaat vaak een bazuinkoor of een trompettist voor. Veel Surinamers geven tijdens het leven aan dat zij dansend naar het graf gebracht willen worden. Het is een oude gewoonte en een troostende vorm van rouwverwerking. De nabestaanden worden zo ingenomen door het dansen zelf, dat ze het verdriet even vergeten.

Rituelen rondom de bewassing

In Suriname gaan de directe familieleden, voordat de bewassing plaatsvindt, naar het uitvaartcentrum om te praten met de overledene over hoe deze de dood ervaart, wat voor persoon hij of zij was en hoe ze samen in het leven hebben gestaan.
Men is ervan overtuigd dat de overledene hen nog steeds kan horen. Vervolgens moeten de familieleden de handen in een kommetje met een bodempje water nat maken. Daarna leggen ze, staande achter het hoofd, beide handen tegen de wangen van de overledene, waarna zij weer de handen in hetzelfde bodempje water moeten wassen.
Dit aanraken kan omdat de overledene nog niet bewassen is. Bij het bewassen van het lichaam gebruikt men een mix van formaline, alcohol, glycerine en tabaksbladeren. Het ritueel duurt anderhalf tot vijf uur.